Zij C een inertiaalwaarnemer. A beweegt met een snelheid van 200000 km/sec t.o.z. C en B beweegt met een snelheid van 250000 km/sec t.o.z. C. Als de S.R.T. juist is ziet B de tijd van C trager bewegen
Zij C een inertiaalwaarnemer. A beweegt met een snelheid van 200000 km/sec t.o.z. C. B beweegt met een snelheid van 250000 km/sec t.o.z. C. Als de S.R.T. juist is ziet B de klok van C trager bewegen dan A. Dus als de klok van C niet schijnbaar trager beweegt t.o.z A en B dan kan de S.R.T. niet juist zijn. Want trager lopen met een andere snelheid in werkelijkheid t.o.z. A en B tegelijkertijd kan toch niet. Welke fout maak ik hier eventueel in mijn redenering?
Antwoord
Ik vermoed dat je redeneerfout zit in het feit dat je “tijd” nog altijd als iets absoluuts beschouwt. Je aanvaardt wel dat de tijd anders loopt als een waarnemer beweegt, maar veronderstelt blijkbaar dat dat dan voor alle waarnemers op dezelfde manier moet gebeuren.
Als twee waarnemers met een verschillende snelheid bewegen ten opzichte van een derde, zien ze die klok ieder met een andere vertraging.
Deze vraag werd beantwoord door:
Prof Walter Lauriks
hoogleraar Wetenschappen
| Katholieke Universiteit Leuven |
Gerelateerde vragen
Reacties op deze vraag
| 29/10/2009 Eric - vraagsteller Ik ben akkoord met het feit dat de snelste waarnemer de coördinatentijd van C het traagst ziet lopen.Ik ben niet akkoord dat het in werkelijkheid zo gebeurt maar alleen schijnbaar zo is. We moeten natuurlijk werken met de tijd die wordt waargenomen. Ik weet ook dat de eigentijd voor allen dezelfde is. |
Enkel de vraagsteller en de wetenschappers kunnen reageren op deze vraag en het antwoord.





